Suske en Wiske is een humoristische avonturenreeks met magische- en science-fiction elementen. Zij zijn geen broer en zus. Wiske woont bij haar tante Sidonie (Sidonia) en ontmoet Suske op het eiland Amoras. Suske mag ook bij Tante Sidonie komen wonen en voortaan vormen zij een onafscheidelijk duo. In het volgende verhaal, De sprietatoom, ontmoeten zij Lambik, een loodgieter detectief, die voortaan met alle avonturen mee zal doen. In het verhaal ‘De dolle musketiers’ krijgen zij het aan de stok met Jerom (“…ben geheim wapen …kom alleman doodslaan…”), een oersterke bruut, die uiteindelijk toch een gouden hart blijkt te hebben. Professor Barabas, uitvinder van een teletijdmachine, zorgt ervoor dat de avonturen zich ook in andere tijdperken kunnen afspelen.
Willy Vandersteen bedacht de figuren tijdens de oorlog. Suske was in eerste instantie de oudere broer van Wiske. De uitgever veranderde echter de naam van Suske in Rikki. Vandersteen was hier niet blij mee en stuurde, voor het tweede verhaal, Rikki weg om een stel schoenen te kopen (op de bon)… en hij is nooit meer terug gezien.
In dit volgende avontuur liet Vandersteen een jongen, van dezelfde leeftijd als Wiske, opduiken die Suske heette. Zo was de serie Suske en Wiske geboren.
De reeks werd meteen een succes. Na publicatie in de krant verscheen het verhaal als album bij Standaard Uitgeverij.
De eerste serie is bekend als de Ongekleurde reeks (De pagina’s zijn om en om in een rood/bruine en een blauwe tint gedrukt)
Omdat het Nederlandstalige weekblad Kuifje niet goed verkocht in Vlaanderen, vroeg hoofdredacteur Hergé aan Willy Vandersteen of hij verhalen wilde maken voor zijn blad. Echter moest het geheel wat ‘netter’ worden getekend en werd de figuur van Sidonie geschrapt. Wiske moest ook een braver meisje worden, met een andere haardracht. Vandersteen stemde toe.
Deze verhalen zijn in kleur en werden uitgeven als de Blauwe reeks, met 64 pagina's (In tegenstelling tot de andere reeksen die te samen de Rode Reeks vormen, met 56 pagina's).
In 1958 werd de reeks met zwart en een extra steunkleur gedrukt, zodat er allerlei roodbruine tinten ontstonden. Deze serie staat bekend als de Tweekleuren reeks. Op de voorplaat steekt er steeds een deel van de illustratie uit het kader. Het eerste nieuwe deel in deze serie was Het vliegende bed (124). Sommige delen werden opnieuw getekend; De Sprietatoom (107). Met name Jerom werd aangepast omdat een aantal lezers hem ‘afzichtelijk’ vonden: (De dolle musketiers (89), De tamtamkloppers (88), De knokkersburcht (127), De circusbaron (81), De speelgoedzaaier (91), De ijzeren schelvis (76), De kleppende klipper (95), De straatridder (83), De brullende berg (80), De spokenjagers (70), De snorrende snor (93), De stemmenrover (84), Het taterende testament (Het sprekende testament) (119) en De zonnige zageman (De geverniste zeerovers) (120). Ook werd Tante Sidonie aangepast, terwijl de rest van de tekeningen behouden bleven. Maar er werd wel een dikke lijn om de figuren getekend (Niet erg fraai allemaal).
De Vlaamse namen van de helden werden vanaf 1960 in de Nederlandse vertaling veranderd; Sidonie werd Sidonia, Lambik werd Lambiek, Jerom werd Jeroen en Schalulleke werd via Schabolleke uiteindelijk Schanulleke (in: De schone slaper).
Oorspronkelijk spraken Suske en Wiske Vlaams (het Antwerps accent). Voor de Nederlandse markt werd een serie gedrukt waarvan de tekst was aangepast tot Algemeen Beschaafd Nederlands.
Vanaf december 1963 (De nerveuze Nerviërs) wordt er alleen nog maar Nederlands gesproken. Dit wordt de Gelijkvormige tweekleurenreeks genoemd.
In 1967 werden alle verschillende reeksen waarin de verhalen waren verschenen, samengevoegd tot één reeks die zo uniform mogelijk werd gemaakt. De eerdere verhalen in deze reeks werden van een nieuwe kafttekeningen voorzien. Het eerste nieuwe verhaal dat meteen in deze Vierkleurenreeks verscheen was nummer 67 De poenschepper. Daarna zijn alle delen die in de eerdere reeksen waren verschenen in de Vierkleurenreeks opnieuw uitgebracht met nieuwe, willekeurige, nummers.
Het eiland Amoras (Hertekend) werd in de Vierkleurenreeks, direct na De poenschepper heruitgebracht als nummer 68. Ook De vliegende aap (87), De koning drinkt (105) en De Witte Uil (134) werden hertekend.
De albums uit de Blauwe Reeks werden opnieuw uitgegeven in deze (Rode) reeks, maar de verhalen werden ingekort om aan het aantal pagina’s van de serie te voldoen.
Lijst van Suske en Wiske verhalen door Willy Vandersteen (De verhalen waaraan hij niet meer meewerkte zijn niet opgenomen)
De volgorde is naar aanleiding van de allereerste publicatie. (De nieuwe nummering staat tussen haakjes).
Vermeld is ook wanneer Vandersteen hulp kreeg bij het inkten van zijn tekeningen.
0 30-03-1945 Rikki en Wiske in Chocowakije (154) (Twee kleuren, met rode en blauwe raster-tinten)
Ongekleurde reeks (Om en om in donkerrode en donkerblauwe tint gedrukt)
1 19-12-1945 (Op) Het eiland Amoras (68) (Twee kleuren, met rode en blauwe raster-tinten)
2 15-05-1946 De sprietatoom (107)
3 28-09-1946 De vliegende aap (87)
1947 Inkten: Paula van den Branden (Mevr. Vandersteen) hielp af en toe mee
4 13-02-1947 De zwarte madam (140)
5 01-07-1947 De koning drinkt (105)
6 08-11-1947 Prinses Zagemeel (129)
7 20-03-1948 De bokkerijder(s) (136)
8 29-07-1948 De witte uil (134)
1948 - Bob de Moor hielp af en toe mee
9 09-09-1948 Het Spaanse spook (Verhaal is gemaakt voor het weekblad Kuifje. Het album verscheen in tweekleuren bij Lombard) (150)
10 31-10-1948 De gekalibreerde kwibus
1948 - 1952 Inkten: François-Joseph Herman
11 08-12-1948 De mottenvanger (142)
12 16-04-1949 Bibbergoud (138)
13 25-08-1949 Lambiorix (144)
14 05-01-1950 De stierentemmer (132)
15 02-03-1950 De bronzen sleutel (Verhaal is gemaakt voor het weekblad Kuifje. Het album verscheen in kleur bij Lombard) (116)
16 16-05-1950 De stalen bloempot (145)
17 23-09-1950 Het zingende nijlpaard (131)
18 02-02-1951 De ringelingschat (137)
19 09-05-1951 De Tartaarse helm (Verhaal in kleur gemaakt voor het weekblad Kuifje. Het album verscheen in de Blauwe reeks) (114)
20 13-06-1951 De tuf-tuf-club (133)
21 29-10-1951 Het bevroren vuur (141)
22 10-03-1952 De sterrenplukkers (146)
23 19-07-1952 De lachende wolf, Inkten van pag. 14-15 Joseph Loeckx (Jo-El-Azara) (148)
24 23-07-1952 De schat van Beersel (Verhaal in kleur gemaakt voor het weekblad Kuifje. Het album verscheen in de Blauwe reeks) (111)
1952 - 1958 Inkten: Karel Boumans
25 26-11-1952 De dolle musketiers (89)
26 14-12-1952 Het vliegende hart
27 07-04-1953 De tamtamkloppers (88)
28 18-08-1953 De knokkersburcht (127)
29 14-10-1953 Goud voor Rome (Het geheim der gladiatoren) (Verhaal in kleur gemaakt voor het weekblad Kuifje. Het album verscheen in de Blauwe reeks) (113)
30 31-12-1953 De circusbaron (81)
31 15-05-1954 De speelgoedzaaier (91)
32 27-09-1954 De ijzeren schelvis (76)
33 02-02-1955 De gezanten van Mars (Verhaal in kleur gemaakt voor het weekblad Kuifje. Het album verscheen in de Blauwe reeks) (115)
34 11-02-1955 De kleppende klipper (95)
35 02-07-1955 De straatridder (83)
36 17-11-1955 De brullende berg (80)
37 31-03-1956 De spokenjagers (70)
38 27-06-1956 De groene splinter (Verhaal in kleur gemaakt voor het weekblad Kuifje. Het album verscheen in de Rode reeks) (112)
39 08-09-1956 De snorrende snor (93)
40 21-01-1957 De stemmenrover (84)
41 04-06-1957 Het taterende testament (Het sprekende testament) (119)
42 16-10-1957 De zonnige zageman (De geverniste zeerovers) (120)
1957 De rammelende rally Toeristische Federatie Antwerpen (+Vakantieboek 1973)
43 26-02-1958 Het gouden paard (Verhaal in kleur gemaakt voor het weekblad Kuifje. Het album verscheen in de Rode reeks) (100)
44 28-02-1958 De duistere diamant (121)
45 14-07-1958 De zwarte zwaan (123)
(Tweekleuren reeks) 1958 - Inkten: Eduard de Rob
46 27-11-1958 Het vliegende bed (124)
47 13-04-1959 De Texasrakkers (125)
48 22-08-1959 De windmakers (126)
49 04-01-1960 De gouden cirkel (118)
50 18-05-1960 De zingende zwammen (110)
51 28-09-1960 De wolkeneters (109)
52 07-02-1961 De klankentapper (103)
53 19-06-1961 De wilde weldoener (104)
54 26-10-1961 Het hondenparadijs (98)
55 07-03-1962 De kaartendans (101)
56 14-07-1962 De kwakstralen (99)
57 22-11-1962 Het rijmende paard (96)
58 02-04-1963 De sissende sampam (De sissende sampan) (94)
59 12-08-1963 Sjeik El Rojenbiet (90)
(Gelijkvormige tweekleurenreeks. Tekst alleen nog in het Algemeen Beschaafd Nederlands)
60 21-12-1963 De nerveuze Nerviërs (69)
61 02-05-1964 Het zoemende ei (73)
62 11-09-1964 De koddige kater (74)
1965 - “Studio Vandersteen” Inkten : Eduard de Rob
63 23-01-1965 De schone slaper (85)
64 02-06-1965 De apekermis (77)
65 11-10-1965 Jeromba de Griek (72)
66 22-02-1966 De dulle griet (78)
(Vierkleuren reeks)
67 02-07-1966 De poenschepper (67)
68 12-11-1966 Wattman (71)
69 24-03-1967 Het mini-mierennest (75)
70 05-08-1967 De zeven snaren (79)
71 16-12-1967 De gramme huurling (82)
72 27-04-1968 Tedere Tronica (86)
73 09-09-1968 De briesende bruid (92)
74 18-01-1969 De junglebloem (97)
Inkten: Eduard de Rob m.m.v. Paul Geerts
75 03-06-1969 De dromendiefstal (102)
1969 - Inkten: Paul Geerts
76 11-10-1969 De charmante koffiepot (106)
77 20-02-1970 Twee toffe totems (108)
78 04-07-1970 De toornige tjiftjaf (117)
79 13-11-1970 De kale kapper (122)
80 31-03-1971 Het brommende brons (128)
81 13-08-1971 De steensnoepers (130) (Laatste verhaal van Willy Vandersteen)
1971 - Scenario en tekeningen Studio Vandersteen o.l.v. Paul Geerts
82 28-12-1971 De gekke gokker (135)
83 09-05-1972 De boze boomzalver (139)
1985-1988 Aan de scenario’s van deze latere verhalen heeft Willy Vandersteen nog meegewerkt:
158 01-09-1985 De ruige regen (203)
167 15-12-1986 De eenzame eenhoorn (213)
177 01- 10-1988 De wervelende waterzak (216)





























































