Ray Douglas Bradbury (22 augustus 1920 - 5 juni 2012) was een Amerikaanse auteur en scenarioschrijver. Hij was een van de meest gevierde Amerikaanse schrijvers van de 20e eeuw en werkte in de genres fantasy, sciencefiction, horror, mystery en realistische fictie.
Hij vertelde over een vormende gebeurtenis voor zijn schrijverschap uit zijn jeugd: “ik denk dat de belangrijkste herinnering die van Mr. Electrico is. Op Labor Day in 1932, toen ik twaalf was, kwam hij met de Dill Brothers naar mijn geboorteplaats Waukegan, Illinois. Hij was een artiest die in een elektrische stoel zat en een toneelknecht haalde een schakelaar over en hij werd geladen met vijftigduizend volt pure elektriciteit. Bliksem flitste in zijn ogen en zijn haar stond recht overeind. Ik zat beneden, op de eerste rij, en hij reikte naar beneden met een vlammend zwaard vol elektriciteit en tikte me op beide schouders en toen op het puntje van mijn neus en riep: "Leef, voor altijd!" En ik dacht: "God, dat is geweldig. Hoe doe je dat?" ... Dus toen ik die dag de kermis verliet, stond ik bij de draaimolen en keek ik naar de paarden die rond en rond renden op de muziek van "Beautiful Ohio" en ik huilde. Tranen stroomden over mijn wangen omdat ik wist dat er die dag iets belangrijks met me was gebeurd dankzij Mr. Electrico. Ik voelde me veranderd. En dus ging ik naar huis en binnen een paar dagen begon ik te schrijven. En ik ben er nooit mee gestopt.”
Bradbury is vooral bekend om zijn roman Fahrenheit 451 (1953) en zijn korte verhalen bundels The Martian Chronicles (1950), The Illustrated Man (1951) en The October Country (1955). Andere opmerkelijke werken zijn de coming-of-age roman Dandelion Wine (1957), de donkere fantasy Something Wicked This Way Comes (1962) en de fictieve memoires Green Shadows, White Whale (1992). Hij schreef ook scenario's en televisiescripts, waaronder Moby Dick en It Came from Outer Space, en adviseerde hen daarbij. Veel van zijn werken werden bewerkt tot televisie- en filmproducties en stripboeken. Bradbury schreef ook gedichten die in verschillende bundels zijn gepubliceerd, zoals They Have Not Seen the Stars (2001).
De New York Times noemde Bradbury ‘een auteur wiens fantasierijke verbeelding, poëtische proza en volwassen begrip van het menselijk karakter hem een internationale reputatie hebben bezorgd’ en ‘de schrijver die het meest verantwoordelijk is voor het brengen van moderne sciencefiction in de literaire mainstream.’
In zijn jeugd bracht hij veel tijd door in de Carnegie Library in Waukegan, waar hij auteurs las als HG Wells, Jules Verne en Edgar Allan Poe. Op 12-jarige leeftijd begon hij traditionele horrorverhalen te schrijven en zei dat hij probeerde Poe te imiteren tot hij ongeveer 18 was. Hij hield van het werk van Edgar Rice Burroughs, vooral zijn John Carter of Mars-serie; The Warlord of Mars maakte zoveel indruk op hem dat hij op 12-jarige leeftijd zijn eigen vervolg schreef. De jonge Bradbury was ook cartoonist en hield van illustreren. Hij schreef over Tarzan en tekende zijn eigen zondagse afleveringen. Hij was dol op strips. Hij knipte en plakte nauwgezet strips in de plakboeken, vaak kleurde hij ze in. "Ik ben de eerste impact van Buck Rogers op mijn leven nooit te boven gekomen, en ik ben dankbaar voor zijn explosive entree in mijn leven, ergens in 1929, toen de krant tegen de hordeur van mijn huis in Waukegan sloeg."
Op de 2002 Comic-Con International conventie in San Diego, California vertelde Ray Bradbury:
“When I was nine years old, Buck Rogers came into the world. October, 1929. I was immediately in love with that comic strip and I started to collect it every day of my life for three months. I stopped collecting that because the kids in the fifth grade made fun of me. That was 1929, the beginning of the Depression. I listened to these kids and I tore up the comic strips. It's the worst thing I ever did because three days later I broke into tears and I said to myself, why I am crying? Who died? And the answer was me. I killed myself. I'd torn up the future. I listened to these stupid people. So I said, how do I cure this? I went back and collected Buck Rogers strips for the next seven years, every day, and never listened to one more stupid sonofabitch after that.”
Zoals hij later over de strips uit zijn jeugd zei: "Zonder al deze schitterende middelmatigheid, deze sublieme en wonderbaarlijke rommel in mijn geheugen, denk ik niet dat ik vandaag de dag een schrijver zou zijn." Strips creëerden Bradbury, en op zijn beurt stuwde hij het medium vooruit.
Bradbury verhuisde in 1934 met zijn ouders naar Los Angeles.
Geïnspireerd door sciencefiction helden als Flash Gordon en Buck Rogers begon hij in 1938 met het publiceren van sciencefictionverhalen in fanzines, zoals Weird Tales, Planet Stories, Super Science Stories, Galaxy Science Fiction…
Zijn eerste boek, de bundel Dark Carnival, werd in 1947 uitgebracht.
Na een afwijzing van de pulp-uitgeverij Weird Tales stuurde Bradbury "Homecoming" naar Mademoiselle, waar het werd ontdekt door een jonge redactieassistent genaamd Truman Capote. Capote pikte het manuscript van Bradbury uit een stapel slush papers, wat leidde tot de publicatie ervan. "Homecoming" won een plaats in de O. Henry Award Stories van 1947.
Bradbury publiceerde The Fireman, een kort verhaal van ongeveer 25.000 woorden, voor het eerst in Galaxy Science Fiction in februari 1951. Bradbury werd gevraagd het met 25.000 woorden uit te breiden, zodat het als roman zou worden gepubliceerd. Bradbury kreeg de titel nadat de brandweercommandant van Los Angeles hem vertelde dat boekpapier brandt bij 451 °F. In de Powell Library van UCLA, in een studeerkamer met typemachines die te huur waren voor tien cent per half uur, schreef Bradbury zijn klassieke verhaal over een toekomst vol boekenverbranding, Fahrenheit 451, dat ongeveer 50.000 woorden lang was en hem $ 9,80 kostte aan huur van typemachines. Fahrenheit 451 werd ook in feuilletonvorm gepubliceerd in de nummers van maart, april en mei 1954 van Playboy Magazine. Fahrenheit 451 blijft een hoofdbestanddeel in discussies over censuur en dystopische toekomsten (een niet zo positief beeld van de toekomst).
Een toevallige ontmoeting in een boekwinkel in Los Angeles met de Britse schrijver Christopher Isherwood gaf Bradbury de kans om The Martian Chronicles in handen te leggen van een gerespecteerd criticus. Er volgde gelukkig een heel lovende recensie.
Over Science fiction zegt Bradbury: “I don't write science fiction. I've only done one science fiction book and that's Fahrenheit 451, based on reality. Science fiction is a depiction of the real. Fantasy is a depiction of the unreal. So Martian Chronicles is not science fiction, it's fantasy. It couldn't happen, you see? That's the reason it's going to be around a long time—because it's a Greek myth, and myths have staying power.”
Ray Bradbury en Comics
Het mei/juni 1952-nummer van Weird Fantasy, een van de vele titels uitgegeven door EC (Entertaining Comics), bevatte het door Wally Wood geïllustreerde verhaal "Home to Stay", dat gebaseerd leek te zijn op Bradbury's "The Rocket Man" en "Kaleidoscope". Eerdere nummers van EC Comics' The Vault of Horror en The Haunt of Fear bevatten verhaallijnen die deden denken aan twee andere verhalen van Bradbury, "The Emissary" en "The Handler" (onder de titel "A Strange Undertaking”). Vrienden en collega's brachten deze verhalen onder zijn aandacht.
Strips met Bradbury's verhalen waren onder andere Tales from the Crypt, Weird Science, Weird Fantasy, Crime SuspenStories en The Haunt of Fear. Onder de artiesten die aan deze bewerkingen meewerkten bevinden zich Johnny Craig, Reed Crandall, Jack Davis, Will Elder, George Evans, Bernard Krigstein, Joe Orlando, John Severin, Angelo Torres, Al Williamson en Wallace Wood.
Bradbury was altijd zeer verdedigend over zijn werk. Hij ondernam actie door deze tactvolle brief aan Mr. Gaines van EC Comics te sturen:
‘Even een berichtje om u te herinneren aan een omissie. U heeft de cheque van $50 voor het gebruik van secundaire rechten op mijn twee verhalen nog niet verstuurd. … Ik denk dat dit waarschijnlijk over het hoofd is gezien in de algemene verwarring van het kantoorwerk, en ik kijk uit naar uw betaling in de nabije toekomst.’
Gaines realiseerde zich dat het zinvol was om de schrijver wiens ster rijzende was in de wereld van sciencefiction te betalen. Hij antwoordde: "Hoewel we het niet eens zijn met uw conclusies, … voegen we onze cheque van $50 bij, zonder de intentie te hebben uw beweringen te onderschrijven."
Deze kleine ruzie tussen Bradbury en Gaines had hier kunnen eindigen als de auteur niet zo'n respect had gehad voor wat EC's team van tekenaars met zijn werk had gedaan. Hoewel Bradbury in de dertig was, was hij nog steeds de jongen uit Waukegan met een kelder vol krantenstrips, en hij was oprecht blij dat zijn verhalen in strips waren omgezet. Hij sloot zijn eerste brief aan Gaines af met deze opmerking: “PS Heb je er ooit aan gedacht om een heel nummer van je tijdschrift te baseren op mijn verhalen in DARK CARNIVAL, of mijn andere twee boeken THE ILLUSTRATED MAN en THE MARTIAN CHRONICLES?”
Op dat moment waren dit de enige drie boeken die Bradbury had gepubliceerd, allemaal bundels korte verhalen. De vooruitziende schrijver deed een beroep op Gaines om iets te creëren dat nog geen naam had: de graphic novel.
Gaines zag ervan af om complete Bradbury-boeken te illustreren, maar zijn bedrijf zou uiteindelijk 27 van zijn bekendste verhalen verfilmen, waaronder klassiekers als "The Lake", "The Sound of Thunder" en "There Will Come Soft Rains". EC Comics maakte in zekere zin wel Bradbury's graphic novels, aangezien de meeste van deze werken later zouden worden gebundeld in twee paperbacks, The Autumn People (1965) en Tomorrow Midnight (1966). Bradbury schreef regelmatig lovende brieven, niet alleen aan Gaines, maar ook aan de tekenaars – Al Feldstein, Wally Wood, Joe Orlando, Will Elder en Jack Kamen.
Naast het feit dat zijn werk getekend werd door enkele van de beste schrijvers in de branche, verscheen Bradbury's naam ook op de covers. (“In dit nummer: EC's bewerking van een verhaal van Ray Bradbury, Amerika's beste horrorauteur!” Hij was ook Amerika's “beste sciencefiction auteur”, afhankelijk van het genre van de strip.) Zijn naam was de enige schrijver die EC Comics op de covers zette.
Maar Bradbury vroeg al snel dat zijn naam niet zo prominent vermeld mocht worden. Begin jaren vijftig werden strips op zijn best beschouwd als dwaas, kinderachtig en niet waardig aan "echte schrijvers". In het slechtste geval dacht men dat ze de geest van kinderen vergiftigden. In januari 1953 schreef Bradbury een lange, verontschuldigende brief aan Gaines, waarin hij vroeg zijn naam te verwijderen van de aankomende covers van Entertaining Comics. Hij legde pijnlijk uit dat dit verzoek puur zakelijk was, niet persoonlijk. Hij was onlangs overgestapt naar de ‘officiële literatuur’, wat betekende dat hij eindelijk de pulp van Weird Tales en Planet Stories achter zich liet en zich richtte op meer gerespecteerde, beter betalende titels zoals The Saturday Evening Post en de door Truman Capote geredigeerde Mademoiselle. Zijn associatie met laag-bij-de-grondse strips zou zijn reputatie niet ten goede komen.
Het lijkt misschien teleurstellend dat Bradbury, beroemd om zijn opkomen voor de massacultuur en zijn verzet tegen censuur, schijnbaar toegaf aan maatschappelijke druk, maar dit zou een simplistische denkwijze zijn. Toegeven aan de trends van die tijd zou simpelweg betekenen dat EC Comics, door veel sociale hervormers beschouwd als de allerslechtste stripboeken, met hun schokkende covers en bloederige verhalen over dood en verminking, in de steek gelaten zou worden. Bradbury bleef samenwerken met Gaines en zijn groep tekenaars tot hun tijdschriften ophielden; zijn verzoek om zijn naam van de covers te halen was een compromis. "Maak vooral gebruik van mijn verhalen en mijn naam IN je tijdschriften," schreef Bradbury, "zoveel als je wilt." Aangezien ze hem slechts $25 per bewerking betaalden (ongeveer $250 naar huidige maatstaven), is het duidelijk dat hij financieel niet veel verdiende aan een partnerschap dat zijn reputatie alleen maar in gevaar kon brengen. In onze moderne tijd, waarin toptalenten zoals Stephen King en Margaret Atwood hun werk gretig omzetten in graphic novels, moet men niet vergeten dat dit absoluut geen trendy of zelfs maar verstandige zet was voor een schrijver in het conformistische Amerika van de jaren vijftig. Bradbury wilde dat EC Comics zijn werk zou bewerken, puur uit kinderlijke plezier.
Uiteindelijk kwamen Bill Gaines en EC Comics in het vizier van een van Amerika's meest hysterische bewegingen: de stripboekverbrandingen. In 1953 publiceerde de gerespecteerde psychiater Fredric Wertham; Seduction of the Innocent, een bestseller die beweerde dat strips jeugdcriminaliteit en homoseksualiteit veroorzaakten. In zijn veroordeling van stripboeken beweerde Wertham: "In hele reeksen illustraties wordt speciale aandacht besteed aan meisjesbillen. … Dergelijke preoccupaties, zoals we weten uit psychoanalytische en Rorschach-studies, kunnen ook verband houden met vroege homoseksuele opvattingen."
Tegen 1954 voerden kerken, scholen en gerespecteerde maatschappelijke organisaties bizarre zuiveringen uit, waarbij kinderen op openbare pleinen bijeenkwamen om hun "vieze" stripboeken op vreugdevuren te gooien. De taferelen moeten Bradbury aan Fahrenheit 451 hebben doen denken, dat hij net had gepubliceerd.
Bradbury vergat deze vreemde episode uit de Amerikaanse geschiedenis nooit. In de inleiding van Ray Bradbury Comics #4 (daarover later meer) schreef hij: "Ik werd ... onder druk gezet door professionele psychologen en sociale hervormers die ... ons vertelden dat fantasy slecht was voor kinderen. ... Eén geleerde professor wist een flink aantal stripboeken jarenlang te laten verbieden."
In datzelfde nummer voegde hij de volgende zin toe aan zijn eerder gepubliceerde verhaal "Usher II": "Alle verhalen over horror en fantasy, en trouwens ook over de toekomst, werden harteloos verbrand. Ze begonnen met het controleren van stripboeken."
Pas in de jaren negentig – vijftig jaar nadat hij voor het eerst stripboek-bewerkingen van zijn verhalen had voorgesteld – zag Bradbury deze visie werkelijkheid worden. De graphic novels van Bradbury ontstonden, vreemd genoeg, als resultaat van een videogame. Hij werkte samen met schrijver en softwareontwikkelaar Byron Preiss om zijn twee bekendste werken, Fahrenheit 451 en The Martian Chronicles, om te zetten in games. Preiss verzamelde vervolgens een team van tekenaars om The Ray Bradbury Chronicles te publiceren, een hardcover graphic novel in beperkte oplage van zijn bekendste verhalen. Ditzelfde team ontwikkelde Ray Bradbury Comics, genummerde uitgaven uitgegeven door het kortstondige Topps Comics. Hoewel Topps altijd bekender zal staan om zijn verzamelkaarten, had het midden jaren negentig kortstondig een stripafdeling, een tijd waarin veel bedrijven zich waagden aan graphic novels. Elk nummer van Ray Bradbury Comics begon met een inleiding van Ray zelf en bevatte herdrukken uit de EC-jaren, plus nieuwe bewerkingen. Omdat het Topps was, bevatte elke editie ook drie verzamelkaarten met scènes uit verschillende Bradbury-verhalen.
Tussen 2009 en 2011 publiceerden Hill & Wang; Fahrenheit 451, The Martian Chronicles en Something Wicked This Way Comes als graphic novels. Dat deze door Hill & Wang werden uitgegeven, laat zien hoeveel meer respect Bradbury en de stripboeken hadden gekregen.
De wereld kan nu strips zien zoals een jongetje in Waukegan dat 90 jaar geleden deed. Zoals Bradbury ooit zei over strips die eindelijk als kunst werden geaccepteerd:
“En hoe dan ook, het lijkt erop dat we gelijk hebben. De PopArt-mensen komen nogal laat op de dag om ons vertellen over strips en helden… Maar we sturen ze weg. Ons antwoord is: We wisten het al die tijd al !… Vertel ons niet iets over wat we al geweldig vonden en waar we heel erg veel van hielden!”
Bradbury woonde bij zijn ouders totdat hij in 1947, op 27-jarige leeftijd, met Marguerite McClure trouwde (16 januari 1922 - 24 november 2003). Ze bleven getrouwd tot haar dood. Maggie, zoals ze liefkozend werd genoemd, was de enige vrouw met wie hij ooit een relatie had. Ze kregen vier dochters: Susan, Ramona, Bettina en Alexandra. Bradbury haalde nooit een rijbewijs, maar maakte gebruik van het openbaar vervoer of zijn fiets.
Op latere leeftijd behield Bradbury zijn toewijding en passie, ondanks de "verwoestende ziektes en de dood van vele goede vrienden". Een daarvan was de dood van Star Trek-bedenker Gene Roddenberry, een jarenlange goede vriend. Ze bleven bijna 30 jaar close, ondanks dat Roddenberry hem had gevraagd om voor Star Trek te schrijven, wat Bradbury weigerde en beweerde dat hij "nooit in staat was om andermans ideeën om te zetten in een fatsoenlijke vorm".
Bradbury overleed op 5 juni 2012 in Los Angeles, Californië, op 91-jarige leeftijd, na een langdurige ziekte. Zijn persoonlijke bibliotheek werd nagelaten aan de Waukegan Public Library, waar hij veel van zijn vormende leeservaringen opdeed.
De Washington Post merkte een aantal moderne technologieën op die Bradbury al veel eerder had bedacht, zoals het idee van geldautomaten, oordopjes en Bluetooth-headsets in Fahrenheit 451, en de concepten van kunstmatige intelligentie in I Sing the Body Electric.
Verschillende auteurs en filmmakers brachten hulde aan Bradbury en merkten de invloed van zijn werk op hun eigen werk op. Steven Spielberg zei dat Bradbury "mijn muze was gedurende het grootste deel van mijn sciencefiction-carrière ... In de wereld van sciencefiction, fantasy en verbeelding is hij onsterfelijk." Neil Gaiman zei dat "het landschap van de wereld waarin we leven zou zijn verminderd als we hem niet in onze wereld hadden gehad.” Stephen King publiceerde een verklaring op zijn website waarin stond:
Ray Bradbury schreef drie geweldige romans en driehonderd geweldige verhalen. Een van de laatste heette "A Sound of Thunder". Het geluid dat ik vandaag hoor, is de donder van de voetstappen van een reus die wegsterven. Maar de romans en verhalen blijven, in al hun resonantie en vreemde schoonheid.
Margaret Atwood zei dat ze "al vroeg door Ray Bradbury was gemanipuleerd." Ze schreef dat Bradbury:
“Zo'n groot deel uitmaakte van mijn eigen vroege leeservaring, vooral het heerlijke, stiekeme lezen dat ik gretig deed in plaats van huiswerk te maken, en het dwangmatige lezen 's nachts met een zaklamp terwijl ik eigenlijk had moeten slapen. Verhalen die met zoveel enthousiasme op zo'n jonge leeftijd werden gelezen, werden niet zozeer gelezen als wel ingeademd. Ze drongen helemaal tot je door en bleven je bij... Zijn verbeelding had een duistere kant, en hij gebruikte die duistere helft en zijn nachtmerries in zijn werk; maar aan de wakende wereld presenteerde hij een combinatie van een enthousiaste, verwonderde jongen en een vriendelijke oom, en dat was net zo echt. In een tijdperk van schrijflessen was hij autodidact; in een tijdperk van spin was hij een authentieke stem, recht uit het hart; in een tijdperk van gelikte beelden was hij een natuur-talent.”
Strange Tales no. 4 Dec 1951 bewerking Al Feldstein & George Evans, van Bradbury's "The Small Assassin" (1946)
Lijst (onvolledig) van stripbewerking door Al Feldstein in EC Comics 1951-1955 van verhalen van Ray Bradbury:
The Vault of Horror no. 19 Mar-Apr 1951, "The Jellyfish”, Tekeningen Johnny Craig, gebaseerd op Ray Bradbury's "Skeleton"
The Vault of Horror no. 22 Dec 1951-Jan 1952, "What the Dog Dragged In" Tekeningen Jack Kamen, gebaseerd op Bradbury's "The Emissary" (1947)
The Vault of Horror no. 29 Feb-Mar 1953, ”Let's Play Poison", Tekeningen Johnny Craig
The Vault of Horror no. 31 June-July 1953, ”The Lake", Tekeningen Joe Orlando, gebaseerd op Bradbury (1944)
The Haunt of Fear no. 6 March-April 1951, ”A Strange Undertaking", Tekeningen Graham Ingels, gebaseerd op Ray Bradbury's "The Handler"
The Haunt of Fear no. 16 Dec 1952, ”The Coffin”, Tekeningen Jack Davis, gebaseerd op Bradbury's “Wake for the Living”
The Haunt of Fear no. 18 April 1953, ”The Black Ferris”, Tekeningen Jack Davis
Shock SuspenStories no. 3 June-July 1952, ”Just Desserts!" Tekeningen Jack Kamen gebaseerd op Ray Bradbury's "The Smiling People"
Shock SuspenStories no. 7 Feb-Mar 1953, "The Small Assassin”, Tekeningen George Evans
Shock SuspenStories no. 9 June-July 1953, Tekeningen Jack Kamen, gebaseerd op Bradbury's "The October Game" (1948)
Crime SuspenStories no. 15, Feb-Mar 1953 "The Screaming Woman", Tekeningen Jack Kamen
Crime SuspenStories no. 17 June/July 1953, "Touch and Go”, Tekeningen Johnny Craig, gebaseerd op Bradbury's "The Fruit at the Bottom of the Bowl"
Tales from the Crypt no. 34 Feb-Mar 1953, “There Was an Old Woman” Tekeningen Jack Davis
Tales from the Crypt no. 36 June-July 1953, "The Handler" Tekeningen Graham Ingels
Weird Fantasy no. 12 Mar-Apl 1952, ”A Lesson in Anatomy" Tekeningen Jack Kamen, Ray Bradbury's "The Man Upstairs"
Weird Fantasy no. 13 May/June 1952, ”Home to Stay" Tekeningen Wally Wood, Ray Bradbury's "The Rocket Man" en "Kaleidoscope"
Weird Fantasy no. 17 Jan/feb 1953, “There Will Come Soft Rains”, Tekeningen Wallace Wood (Wally Wood)
Weird Fantasy no. 18 Mar-Apr 1953, “Zero Hour”, Tekeningen Jack Kamen, gebaseerd op Bradbury's “Judgement Day”
Weird Fantasy no. 19, May-June 1953, “King of the Grey Spaces!”, Tekeningen Bill Elder, John Severin
Weird Fantasy no. 20 July-Aug 1953, “I, Rocket”, Tekeningen Frank Frazetta, Al Williamson
Weird Fantasy no. 21 Sept-Oct 1953, ”The Million Year Picnic" Tekeningen (pencils by John Severin) Will Elder
Weird Fantasy no. 22 Nov-Dec 1953, ”The Silent Towns" Tekeningen Reed Crandall
Weird Science no. 17 Jan-Feb 1953, ”The Long Years”, Tekeningen Joe Orlando
Weird Science no. 18 Mar-Apr 1953, ”Mars Is Heaven!", Tekeningen Wally Wood
Weird Science no. 19 May-June 1953, "The One Who Waits”, Tekeningen Al Williamson
Weird Science no. 20 July-Aug 1953, ”Surprise Package" , Tekeningen Jack Kamen , gebaseerd op Bradbury1951
Weird Science no. 21 Sept-Oct 1953, ”Punishment Without Crime”, Tekeningen Jack Kamen
Weird Science no. 22 Nov-Dec 1953, ”Outcast of the Stars", Tekeningen Joe Orlando, gebaseerd op Bradbury1951
Weird Science-Fantasy no. 23 March 1954 “The Flying Machine”, Tekeningen Bernie Krigstein, gebaseerd op Bradbury (1953)
Weird Science-Fantasy no. 24 June 1954, ”A Sound of Thunder", Tekeningen Al Williamson en Angelo Torres
Lijst (onvolledig) van stripbewerking door Al Feldstein in EC Comics 1951-1955 van verhalen van Ray Bradbury:
1 The Vault of Horror no. 19 Mar-Apr 1951, "The Jellyfish”, Tekeningen Johnny Craig, gebaseerd op Ray Bradbury's "Skeleton"
2 The Haunt of Fear no. 6 March-April 1951, ”A Strange Undertaking", Tekeningen Graham Ingels, gebaseerd op Ray Bradbury's "The Handler"
3 The Vault of Horror no. 22 Dec 1951-Jan 1952, "What the Dog Dragged In" Tekeningen Jack Kamen, gebaseerd op Bradbury's "The Emissary" (1947)
4 Weird Fantasy no. 13 May/June 1952, ”Home to Stay", Tekeningen Wally Wood, bewerking Al Feldstein, gebaseerd was op Bradbury's "The Rocket Man" en "Kaleidoscope”, .
After the publication of "Home to Stay", Ray Bradbury contacted EC about their plagiarism of his work. They reached an agreement for EC to do authorized versions of Bradbury's short fiction.
5 Weird Fantasy no. 12 Mar-Apl 1952, ”A Lesson in Anatomy" Tekeningen Jack Kamen Ray Bradbury's "The Man Upstairs"
6 Weird Fantasy no. 13 May/June 1952, ”Home to Stay" Tekeningen Wally Wood, Ray Bradbury's "The Rocket Man" en "Kaleidoscope"
7 Shock SuspenStories no. 3 June-July 1952, ”Just Desserts!" Tekeningen Jack Kamen gebaseerd op Ray Bradbury's "The Smiling People"
8 The Haunt of Fear no. 16 Dec 1952, ”The Coffin”, Tekeningen Jack Davis, gebaseerd op Bradbury's “Wake for the Living”
9 Weird Fantasy no. 17 Jan/Feb 1953, “There Will Come Soft Rains”, Tekeningen Wallace Wood (Wally Wood)
10 Weird Science no. 17 Jan-Feb 1953, ”The Long Years”, Tekeningen Joe Orlando
11 Shock SuspenStories no. 7 Feb-Mar 1953, "The Small Assassin”, Tekeningen George Evans
12 Crime SuspenStories no. 15, Feb-Mar 1953 "The Screaming Woman", Tekeningen Jack Kamen
13 Tales from the Crypt no. 34 Feb-Mar 1953, “There Was an Old Woman” Tekeningen Jack Davis
14 The Vault of Horror no. 29 Feb-Mar 1953, ”Let's Play Poison", Tekeningen Johnny Craig
15 Weird Fantasy no. 18 Mar-Apr 1953, “Zero Hour”, Tekeningen Jack Kamen, gebaseerd op Bradbury's “Judgement Day”
16 Weird Science no. 18 Mar-Apr 1953, ”Mars Is Heaven!", Tekeningen Wally Wood
17 The Haunt of Fear no. 18 April 1953, ”The Black Ferris”, Tekeningen Jack Davis
18 Weird Fantasy no. 19, May-June 1953, “King of the Grey Spaces!”, Tekeningen Bill Elder, John Severin
19 The Vault of Horror no. 31 June-July 1953, ”The Lake", Tekeningen Joe Orlando, gebaseerd op Bradbury (1944)
20 Shock SuspenStories no. 9 June-July 1953, Tekeningen Jack Kamen, gebaseerd op Bradbury's "The October Game" (1948)
21 Crime SuspenStories no. 17 June/July 1953, "Touch and Go”, Tekeningen Johnny Craig, gebaseerd op Bradbury's "The Fruit at the Bottom of the Bowl"
22 Tales from the Crypt no. 36 June-July 1953, "The Handler" Tekeningen Graham Ingels
23 Weird Fantasy no. 20 July-Aug 1953, “I, Rocket”, Tekeningen Frank Frazetta, Al Williamson
24 Weird Science no. 20 July-Aug 1953, Tekeningen Jack Kamen ”Surprise Package" 1951
25 Weird Fantasy no. 21 Sept-Oct 1953, ”The Million Year Picnic" Tekeningen (pencils by John Severin) Will Elder
26 Weird Science no. 21 Sept-Oct 1953, ”Punishment Without Crime”, Tekeningen Jack Kamen
27 Weird Fantasy no. 22 Nov-Dec 1953, ”The Silent Towns" Tekeningen Reed Crandall
28 Weird Science no. 22 Nov-Dec 1953, ”Outcast of the Stars" Tekeningen Joe Orlando, gebaseerd op Bradbury1951
29 Weird Science-Fantasy no. 23 March 1954 “The Flying Machine”, Tekeningen Bernie Krigstein, gebaseerd op Bradbury (1953)
30 Weird Science-Fantasy no. 24 June 1954, ”A Sound of Thunder", Tekeningen Al Williamson en Angelo Torres



![The Haunt of Fear - Box [full]](https://assets.lastdodo.com/image/ld_thumb3/plain/assets/catalog/assets/2012/2/22/3/5/9/pdf_3594c7a0-3f74-012f-a205-005056960004.jpg)















