Philippe Druillet werd geboren in Toulouse op 28 juni 1944, de dag waarop Philippe Henriot, staatssecretaris voor propaganda van het Vichy-regime, door het verzet werd vermoord. Het was als eerbetoon aan Henriot dat de toekomstige kunstenaar Philippe werd genoemd. Zijn beide ouders waren overtuigde fascisten. Zijn vader, Victor Druillet, die in de Spaanse Burgeroorlog aan de zijde van Franco had gevochten, zijn moeder, Denise, was ook betrokken bij de lokale Milice, waar zij de administratieve leiding had. In augustus 1944, kort na Philippes geboorte, vluchtten zijn ouders naar Sigmaringen in Duitsland, waar Louis-Ferdinand Céline voor Philippe zorgde, die 25 dagen in een zuurstofkamer doorbracht. Ze vluchtten vervolgens naar Figueres in Catalonië, Spanje, om vervolging wegens collaboratie te ontlopen. Ze werden bij verstek ter dood veroordeeld. Pas later ontdekte Philippe Druillet het verleden van zijn ouders.
Na de dood van zijn vader keerde Philippe Druillet in 1952 terug naar Parijs. Rond zijn dertiende of veertiende wendde hij zich tot sciencefiction en ontdekte hij H.P. Lovecraft. In 1963 werd zijn grootmoeder conciërge op nummer 17 Avenue d'Eylau in het 16e arrondissement van Parijs, waardoor hij op de bovenste verdieping in een dienstmeisjeskamer kon wonen. Hij bezocht ook regelmatig de bioscoop (Das indische Grabmal van Fritz Lang, Hamlet van Laurence Olivier, King Kong van Merian C. Cooper en Ernest B. Schoedsack en Le Voleur de Bagdad van Arthur Lubin en Bruno Vailati). Philippe Druillet beschouwt deze periode als cruciaal voor zijn verdere ontwikkeling.
Zijn eerste boek, Le Mystère des abîmes (Het Mysterie van de Afgrond), uitgegeven in 1966 door Éric Losfeld, bevat zijn terugkerende held Lone Sloane in een sciencefiction verhaal. Onder druk van de uitgever om het album af te maken, voltooide hij de laatste dertig pagina's in twee maanden. Hij zou later "de Losfeld Sloane als zeer slecht getekend" beschrijven.
Dankzij dit eerste album, waarvoor hij vrijwel geen royalty's ontving, werd hij lid van OPTA, waar hij covers en illustraties maakte.
Het was ook in deze periode dat hij zijn vrouw Nicole ontmoette.
De Pilote-periode:
In 1969 liet hij enkele pagina's van ‘Yragaël’ aan Jean Giraud zien, en René Goscinny gaf hem toestemming om acht pagina's in het tijdschrift Pilote te publiceren. Dit werd Lone Sloane in hoofdstukken van telkens 8 pagina’s. Hij zette de Lone Sloane-saga voort in een steeds flamboyantere stijl, waarbij hij innoveerde met steeds meer gedurfde pagina-indelingen, in het tweede verhaal Delirius, met een scenario van Jacques Lob.
Elric de Melniboné
In 1971 illustreerde Philippe Druillet een stripbewerking met Michel Demuth van het verhaal van Elric van auteur Michael Moorcock onder de naam La Saga d'Elric le nécromancien.
Michael Moorcock voegde in 1973 zelf Engelse tekst toe voor een Britse editie, waardoor het ongeautoriseerde karakter van het oorspronkelijke Franse werk aan het licht kwam. (Moorcock’s tekst voor het boek vertelt over een korte episode die nergens anders in de Elric Saga wordt verteld: Elrics terugkeer naar de stad Imrryr na een jaar reizen door de Jonge Koninkrijken). De uitgever Bill Butler van Unicorn Books drukte de portfolio met Druillet’s tekeningen (500 exemplaren) onder de titel Elric: The Return to Melnibone. Ironisch genoeg dreigde Druillet, gezien Butlers ongeoorloofde gebruik van zijn platen, met een rechtszaak wegens schending van het auteursrecht. Er werd haastig een ontmoeting in Frankrijk georganiseerd tussen Moorcock en Druillet, waar uiteindelijk werd overeengekomen om de Engelse editie niet opnieuw te drukken in plaats van kostbare juridische stappen te ondernemen.
Métal Hurlant en Les Humanoïdes Associés
In 1974, na meningsverschillen met de redactie van Pilote, verliet hij het tijdschrift en richtte hij samen met Giraud en Jean-Pierre Dionnet het maandblad Métal Hurlant en de uitgeverij Les Humanoïdes Associés op.
La Nuit
Dit album, gepubliceerd in 1976, markeert een keerpunt in Druillet's werk, omdat het nauw verbonden is met zijn ervaring van het begeleiden van zijn vrouw tijdens haar ziekte, tot aan haar dood[7].
Grafisch zeer geslaagd, wordt het album gekenmerkt door innovatieve en zeer effectieve kleuring en paneelindeling, die een wanhopig verhaal vertellen. Voor de kunstenaar, diep getroffen door de dood van zijn vrouw, was het boek, dat aan haar is opgedragen, een manier om zijn verdriet te verwerken.
Van alle universums van Druillet is La Nuit waarschijnlijk het donkerste, het meest nihilistische. Het verhaal toont de strijd van een gestoorde mensheid, georganiseerd in anarchistische bendes, zwaar onder invloed van drugs, die de "blauwe opslagplaats" moeten veroveren, de fantastische bron van alle drugs die deze bijna-zombies in staat stellen te overleven in deze wereld van waanzin. Deze bendes hebben een rock-'n-roll-uitstraling; ze belichamen vrijheid, anarchisme en de wil om te leven. Aan de andere kant zullen ze de vertegenwoordigers van orde en van het niets moeten trotseren om de blauwe opslagplaats te bereiken. Er zal geen happy end zijn. Integendeel zelfs.
Salammbô
In 1980 publiceerde Druillet Salammbô, een trilogie geïnspireerd op Gustave Flauberts gelijknamige roman. Het verhaal combineert pure fantasie met trouw aan Flauberts verhaal. Sterker nog, afgezien van de inleiding die de aanwezigheid van Lone Sloane in de wereld van Salammbô verklaart en de conclusie die Sloane’s volledige vernietiging voorkomt, volgt het hele verhaal de originele roman nauwgezet, waarbij lange passages zelfs woordelijk zijn overgenomen.
Albums Lone Sloane
Le Mystère des abîmes, Eric Losfeld 1966
Les 6 voyages de Lone Sloane, Dargaud 1972:
Le trône du dieu noir (8 pagina’s) Pilote 538, 1970
Les îles du vent sauvage (8 pagina’s) Pilote 553, 1970
Rose (8 pagina’s) Pilote 562, 1970
Torquedara Varenkor - le pont sur les étoiles - (8 pagina’s) Pilote 569, 1970
O Sidarta (8 pagina’s) Pilote 578, 1970
Terre (8 pagina’s) Pilote 598, 1971
Delirius (scenario Jacques Lob), Dargaud 1973
Lone Sloane - Délirius, Pilote 651-666, 1972
Nova Pilote M1 (10 pagina’s), 1974
Gail, Métal Hurlant 18-20, 22-27, 1977/78
Eigen beheer uitgave Philippe Druillet 1978
Overige Albums
Yragaël, Dargaud 1974
Vuzz, Dargaud Collection Phenix 1974
Urm le fou, Dargaud 1975
Mirages, Humanoïdes Associés 1975
La Nuit, Humanoïdes Associés 1976
Retour à Bakaam (scenario François Truchaud), Éditions du Chêne 1976
La-bas - Vuzz 2, Les Humanoïdes Associés 1978
Salammbô, Humanoïdes Associés Collection Noire 1980
Carthage, Dargaud 1982
Nederlandse uitgaven
De zes reizen van Lone Sloane, Sherpa 2015
Delirius, Sherpa 2016
Gail, Sherpa 2019




























































