Hans G. Kresse publiceerde het verhaal van Wetamo (in kleur) in het weekblad PEP in 1972.
Een zwart:wit versie van het verhaal verscheen bij uitgeverij Tango in 1973.
Uitgeverij Boumaar bracht in 1992 een versie uit in kleur, met een uitgebreide inleiding van Rob van Eyck.
De historische Wetamo (uitgesproken als Wee-TAH-moe) (ca. 1635-1676), was een Pocasset Wampanoag Indiaans opperhoofd. Ze was de sunksqua, of vrouwelijke sachem, van de Pocasset-stam, die in 1620 het gebied van het huidige Tiverton, Rhode Island, bewoonden.
Wetamo werd geboren in het dorp Mattapoiset in de Pokanoket of in het Taunton River-gebied van Rhode Island (Een gebied ten zuiden van Boston). Haar vader was Corbitant en hij was sachem van de Pocasset-stam rond 1618-1630. Ze had een jongere zus genaamd Wootonekanuske en geen broers. Van jongs af aan werd Wetamo blootgesteld aan de diplomatieke plichten van de Pocasset-sachem. Ze nam de opvattingen van haar vader over de kolonisten over. In tegenstelling tot andere sachems uit die tijd verwierp Corbitant de relaties tussen kolonisten en inheemsen. Hij geloofde dat het land in handen van de indianen moest blijven en dat de kolonisten het gebied moesten verlaten.
Wetamo was goed bevriend met de leiders van de andere stammen, wat haar later in staat stelde om tijdens haar regering bondgenootschappen te vormen. Een van haar beste vriendinnen was Awashonks, een vrouwelijke sachem van de Sakonnet-stam van Rhode Island.
Tijdens haar leven had Wetamo minstens vijf echtgenoten: Winnepurket, Wamsutta (Alexander), Quequequanachet, Petonowit en Quinnapin. Verschillende bronnen vermelden echter alleen Wetamo’s huwelijken met Wamsutta, Petonowit en Quinnapin. Al haar echtgenoten werden gekozen als politieke bondgenoten.
Haar eerste echtgenoot, Winnepurket, was de Sachem van Saugus, Massachusetts en stierf kort na hun huwelijk.
Haar tweede echtgenoot, Wamsutta (ook bekend bij de Engelsen als Alexander, een naam die hij behield tot aan zijn dood in 1662) was de oudste zoon van Massasoit, groot sachem van de Wampanoag en deelnemer aan de eerste Thanksgiving met de pelgrims. Ze trouwden in of vóór 1653, er wordt gespeculeerd dat] ze één kind had met Wamsutta, hoewel de geboortedatum en naam onbekend zijn. Na de dood van Massasoit werd Wamsutta de sachem van de Wampanoag. Dit verhoogde Wetamo's status als sachem van de Pocasset en echtgenote van de sachem van de Wampanoag. Volgens inheemse tradities bleef Wetamo de rechten op haar land bezitten na het huwelijk. Echter, in 1662 probeerde Wamsutta Pocasset-land te verkopen aan Peter Talman uit Rhode Island. Wetamo betwistte Wamsutta's besluit om Pocasset-land te verkopen en verscheen voor de Algemene Rechtbank van Plymouth. Ze beweerde dat Wamsutta Pocasset-land onrechtmatig verkocht. Ze won de beroepen tegen haar echtgenoot bij deze rechtbank. Tijdens hun huwelijk sloot de stam een verbond met de Engelsen tegen het Narragansett-volk, hoewel de Engelsen later hun verdrag met de stam verbraken. Tijdens onderhandelingen met de Engelsen werd Wamsutta ziek en stierf onverwachts . Zijn broer Metacom (Philip) volgde hem op als opperhoofd van de Wampanoag. Metacoms vrouw was Wetamo's zus, Wootonekanuske.
Omdat haar vader geen zonen had, werd Wetamo sunksqua tussen de dood van haar echtgenoot Wamsutta en haar hertrouwen met een nieuwe man; Quequequanachet. Het feit dat ze een vrouw was, deed niets af aan haar gezag, ondanks het gebrek aan begrip van haar positie bij veel kolonisten.
Wetamo’s leiderschap kwam voort uit haar rol als diplomatieke onderhandelaar. Als leider van haar volk reisde Wetamo naar verschillende gebieden als ambassadeur voor het Wampanoag-volk. Ze werd belast met de vertegenwoordiging van de verweven belangen en soevereiniteit van de Pocasset. In 1663 had Wetamo de koloniale ’eigendoms-spelletjes’ geleerd. De steeds toenemende aantallen kolonisten hadden steeds meer gebied nodig en probeerden land te ‘kopen’. Sommige indianen begrepen dat als niets deden zij al hun land kwijt zouden raken.
Naarmate de spanningen toenamen voorafgaand aan de oorlog van Metacom ‘Koning Philips’, de broer van haar overleden man, was Wetamo een zeer gewilde bondgenoot van zowel Metacom als de Engelsen. Uiteindelijk koos Wetamo de kant van Metacom en werd zijn eerste bondgenoot in de oorlog tegen de Engelsen. Volgens sommigen koos ze de kant van Metacom uit wraak voor de dood van Wamsutta.
Haar rol in de oorlog van koning Philips werd haar rol aanzienlijk verminderd door de geschiedschrijvers van de Engelsen. In de berichten die naar Londen werden gestuurd, beschreef men haar echter vaak als een gelijke status als Metacom. In werkelijkheid was Wetamo in 1675 de leider van alle geallieerde stammen in de Wampanoag-confederatie. In de zomer van 1675 hielp Wetamo Metacom en zijn mannen tijdens een aanval op de Engelsen. Ze hielp hen ontsnappen door de moerassen van het Pocasset-gebied. Na de ontsnapping reisde Wetamo naar het Narragansett-gebied op zoek naar een alliantie met de stam. Het was tijdens dit bezoek dat Wetamo met Quinnapin trouwde. In februari 1676 leidde Wetamo een aanval op de Engelsen in de Slag bij Blood Rock. Bij deze Slag voerde Wetamo het bevel over een leger van meer dan 300 krijgers.
In 1676 leek de nederlaag van de Indiaanse coalitie nabij en overwoog Wetamo terug te keren naar het Pocasset-gebied. Op dit punt in de oorlog waren plaatsen zoals de moerassen van Pocasset niet langer een veilige schuilplaats, omdat ze toegankelijk waren geworden voor troepen. Gouverneur Josiah Winslow van de kolonie Plymouth had bovendien aangekondigd dat alle oorlogsvijanden moesten worden uitgeschakeld. Een van de gevangengenomen mannen, wellicht in de veronderstelling dat hij de gunst van de Engelsen kon winnen en zijn leven kon redden, verklapte de schuilplaats van andere oorlogsvijanden aan de Engelsen. Door dit te doen, verraadde hij Wetamo en haar locatie. Tijdens de hinderlaag werden al haar mannen gedood. Wetamo wist te ontsnappen op een geïmproviseerd vlot. Echter, ze verdronk in de Taunton River.
Haar lichaam spoelde aan in Swansea, een belangrijke Engelse kolonie. De Engelsen waren zo bang voor Wetamo's macht dat ze haar hoofd afhakten en op een piek plaatsten. Ze lieten haar hoofd tentoonstellen voor een nederzetting om te bewijzen dat ze echt dood was. Haar tentoongestelde hoofd diende tevens als trofee van de overwinning van de Engelsen om de moed van haar volgelingen te temperen.













