Alle dieren uit de orde Odonata beschouwen we in deze rubriek als libellen, dus zowel de echte libellen als ook de juffers. Er zijn ruim 6000 soorten libellen bekend.
Libellen zijn herkenbaar aan het lange, smalle achterlijf, de grote vleugels, de beweegbare kop en de grote ogen. Het zijn rovers. die insecten in de vlucht vangen. Het zijn snelle luchtacrobaten met goede ogen. Ook de poten zijn aangepast om goed grip op de prooi te hebben. De echte libellen kunnen hun vleugels niet vouwen en houden ze recht naast het lichaam. De juffers zijn veelal in staat om hun vleugels in rust langs het lange achterlijf te plooien.
Bij de paring kromt het mannetje zijn achterlijf en grijpt het vrouwtje in de nek. Op haar beurt kromt het vrouwtje haar achterlijf onderlangs naar boven naar de plek waar het spermapakket van het mannetje is opgeslagen. Deze houding noemen we het paringswiel en heeft, met enige fantasie, de vorm van het liefdeshartje.
De eieren worden vaak in het water afgezet. De larven leven aquatisch en zijn echte rovers, met flinke vangkaken. Ze vangen waterdiertjes en kunnen zelfs kikkervisjes en kleine visjes vangen. Zodra ze volgroeid zijn, dat soms wel meerdere jaren duurt, kruipen ze via een waterplant, het water uit. Hier vervellen ze een laatste keer, het zogenaamde uitsluipen. Het nu volwassen en gevleugelde dier, moet eerst zijn vleugels drogen en oppompen, voor het kan vliegen. De lege huidjes blijven achter en zijn vaak goed te vinden.



























































