3of 3
Hallo allemaal,ik heb een vraag.In de catalogusgegevens van een postzegel kan men bij gom verschillende opties aangeven.Bruinachtig,gele gom,groenachtige gom of zelfklevend is mij duidelijk.Maar gegomd,gladde gom,synthetisch,witte gom en nog een paar andere opties is voor mij een raadsel.Kan iemand mij dit uitleggen?.Vriendelijke groet,Frageria
Message is in Dutch
Translate to EnglishHello everyone, I have a question. In the catalog data of a stamp you can indicate different options for gum. Brownish, yellow gum, greenish gum or self-adhesive is clear to me. But gummed, smooth gum, synthetic, white gum and more a few other options are a mystery to me. Can someone explain this to me?. Kind regards, Frageria
Message has been translated from Dutch
Show original message- 4,944 messages
- November 13, 2021 14:43
10K
added
25K
prices
100
info pages
250K
reviews
5K
posts
November 13, 2021 14:43
Wel Charles, dergelijke materie is zo specialistisch dat ik daar meestal ook moet passen. Wel zijn er een aantal dingen die volgens mij basic zijn.
1. Er zijn postzegels uitgegeven zonder gom. In tropische streken was gom eertijds niet echt aangewezen om die op de keerzijde vooraf aan te brengen. Later werd een procedé ontwikkeld met gom die beter tegen de omgevingsomstandigheden bestand was: Tropische matte gom. Deze soort is moeilijk waarneembaar, en lijkt soms eerder niet gegomd.
De heel vroege uitgiftes hadden ook veelal geen gom omdat er nog geen goede manier beschikbaar was om de (post)zegels vooraf te gommen. die zijn dan ook niet gegomd: 'Zonder gom'. Dat is al duidelijk.
2. In meer modernere tijden wordt veelal gekozen voor een zelfklevend laagje. In sommige landen (Italië, België, Spanje, ...) een nachtmerrie omdat er gekozen werd voor een soort zelfklevende film die niet in water oplosbaar is.
In Nederland was de postdienst iets inventiever. De meeste zegels die ik er van heb kunnen perfect met water afgeweekt worden. Ik denk dat de zegels eerst met oplosbare gom werden bestreken waarop dan die zelfklevende laag werd aangebracht. Een zegen voor de verzamelaar: je kan de gebruikte tenminste nog afweken. De zelfklevende gomlaag zelf was maar tijdelijk functioneel. Veel gebruikte kerstzegels laten gewoon vanzelf los na een aantal jaar van het fragment waarop ze werden gekleefd. Jammer genoeg, de 'postfrisse' ook ...
Deze zegels hebben de eigenschap 'Zelfklevend' voor gom.
3.. Alle andere zijn in eerste instantie 'Gegomd'. Van zodra er een (lik)laagje op de achterzijde (bij postfrisse) aanwezig is. Die gom kan dan verder worden uitgesplitst in de vele soorten.
In groep 3 zitten er tussen die herkenbaar zijn aan het kleur. Een aantal taks-zegels van België bv. heeft groenachtige gom (daar zijn ook Davo bladen voor beschikbaar).
De andere soorten, dat is specialistenwerk. Soms vind je dat in de (technische) beschrijving van de postzegels in een (gespecialiseerde) cataloog of in een folder of promotieboekje van de postdiensten. Of op de keerzijde van bepaalde FDS bladen die ook door postdiensten worden uitgegeven.
Naar verluidt kun je bepaalde soorten ook smaken door er aan te likken ... maar dat doe je uiteraard nooit met postfrisse zegels die je in een verzameling bijhoudt :)
Enkele soorten zijn voor een geoefend oog waarneembaar.
Conclusie:
1. er zijn 3 hoofdsoorten die een gewone verzamelaar best kan detecteren. Jammer dat die eenvoudige indeling meestal wordt vergeten bij het toevoegen van een item (zegel);
2. meer specialistisch: als je het niet weet beperk je tot de hoofdsoort (gegomd - niet gegomd - zelfklevend). Later kan een specialist dat nog altijd verder specifiëren;
3. de eigenschap op '<Selecteer een waarde>' laten staan (maw: geen enkele moeite doen) is jammer.
Echte specialisten mogen altijd corrigeren en/of aanvullen.
1. Er zijn postzegels uitgegeven zonder gom. In tropische streken was gom eertijds niet echt aangewezen om die op de keerzijde vooraf aan te brengen. Later werd een procedé ontwikkeld met gom die beter tegen de omgevingsomstandigheden bestand was: Tropische matte gom. Deze soort is moeilijk waarneembaar, en lijkt soms eerder niet gegomd.
De heel vroege uitgiftes hadden ook veelal geen gom omdat er nog geen goede manier beschikbaar was om de (post)zegels vooraf te gommen. die zijn dan ook niet gegomd: 'Zonder gom'. Dat is al duidelijk.
2. In meer modernere tijden wordt veelal gekozen voor een zelfklevend laagje. In sommige landen (Italië, België, Spanje, ...) een nachtmerrie omdat er gekozen werd voor een soort zelfklevende film die niet in water oplosbaar is.
In Nederland was de postdienst iets inventiever. De meeste zegels die ik er van heb kunnen perfect met water afgeweekt worden. Ik denk dat de zegels eerst met oplosbare gom werden bestreken waarop dan die zelfklevende laag werd aangebracht. Een zegen voor de verzamelaar: je kan de gebruikte tenminste nog afweken. De zelfklevende gomlaag zelf was maar tijdelijk functioneel. Veel gebruikte kerstzegels laten gewoon vanzelf los na een aantal jaar van het fragment waarop ze werden gekleefd. Jammer genoeg, de 'postfrisse' ook ...
Deze zegels hebben de eigenschap 'Zelfklevend' voor gom.
3.. Alle andere zijn in eerste instantie 'Gegomd'. Van zodra er een (lik)laagje op de achterzijde (bij postfrisse) aanwezig is. Die gom kan dan verder worden uitgesplitst in de vele soorten.
In groep 3 zitten er tussen die herkenbaar zijn aan het kleur. Een aantal taks-zegels van België bv. heeft groenachtige gom (daar zijn ook Davo bladen voor beschikbaar).
De andere soorten, dat is specialistenwerk. Soms vind je dat in de (technische) beschrijving van de postzegels in een (gespecialiseerde) cataloog of in een folder of promotieboekje van de postdiensten. Of op de keerzijde van bepaalde FDS bladen die ook door postdiensten worden uitgegeven.
Naar verluidt kun je bepaalde soorten ook smaken door er aan te likken ... maar dat doe je uiteraard nooit met postfrisse zegels die je in een verzameling bijhoudt :)
Enkele soorten zijn voor een geoefend oog waarneembaar.
Conclusie:
1. er zijn 3 hoofdsoorten die een gewone verzamelaar best kan detecteren. Jammer dat die eenvoudige indeling meestal wordt vergeten bij het toevoegen van een item (zegel);
2. meer specialistisch: als je het niet weet beperk je tot de hoofdsoort (gegomd - niet gegomd - zelfklevend). Later kan een specialist dat nog altijd verder specifiëren;
3. de eigenschap op '<Selecteer een waarde>' laten staan (maw: geen enkele moeite doen) is jammer.
Echte specialisten mogen altijd corrigeren en/of aanvullen.
Message is in Dutch
Translate to EnglishWell, Charles, such matters are so specialized that I usually have to fit in there too. However , there are a number of things that I think are basic .
1. Stamps have been issued without gum. Previously, in tropical regions, gum was not really suitable for pre-applying to the reverse side. Later, a process was developed with gum that was more resistant to environmental conditions: Tropical matte gum. This species is difficult to detect, and sometimes appears rather ungummed.
The very early issues also often had no gum because there was not yet a good way to gum the (stamps) stamps in advance. they are therefore not gummed: ' Without gum '. That is already clear.
2. In more modern times, a self-adhesive layer is often chosen. In some countries (Italy, Belgium, Spain, ...) a nightmare because a kind of self-adhesive film was chosen that is not soluble in water.
In the Netherlands, the postal service was a bit more inventive. Most of the stamps I have can be soaked off perfectly with water. I think the stamps were first covered with soluble gum and then that self-adhesive layer was applied. A blessing for the collector: at least you can still deviate from the used ones. The self-adhesive gum layer itself was only functional temporarily. Many used Christmas stamps simply peel off after a few years from the fragment on which they were stuck. Unfortunately, the 'MNH' also ...
These stamps have the ' adhesive ' property for gum.
3.. All others are initially ' Gummed '. As soon as there is a (lick) layer on the back (with MNH). That gum can then be further broken down into its many types.
In group 3 there are those that are recognizable by the color. A number of tax stamps from Belgium, for example, have a greenish gum (Davo sheets are also available for this).
The other species, that's specialist work. You can sometimes find this in the (technical) description of the stamps in a (specialised) catalog or in a folder or promotional booklet of the postal services. Or on the back of certain FDS sheets that are also issued by postal services.
Reportedly you can also taste certain types by licking them ... but of course you never do that with MNH stamps that you keep in a collection :)
Some species are visible to a trained eye.
Conclusion:
1. there are 3 main types that an ordinary collector can best detect. Too bad that simple format is usually forgotten when adding an item (stamp);
2. more specialist: if you don't know, limit yourself to the main type (gummed - not gummed - self-adhesive). A specialist can always further specify this later;
3. Leaving the property at '<Select a value>' (ie don't make any effort) is a pity.
Real specialists are always allowed to correct and/or supplement.
1. Stamps have been issued without gum. Previously, in tropical regions, gum was not really suitable for pre-applying to the reverse side. Later, a process was developed with gum that was more resistant to environmental conditions: Tropical matte gum. This species is difficult to detect, and sometimes appears rather ungummed.
The very early issues also often had no gum because there was not yet a good way to gum the (stamps) stamps in advance. they are therefore not gummed: ' Without gum '. That is already clear.
2. In more modern times, a self-adhesive layer is often chosen. In some countries (Italy, Belgium, Spain, ...) a nightmare because a kind of self-adhesive film was chosen that is not soluble in water.
In the Netherlands, the postal service was a bit more inventive. Most of the stamps I have can be soaked off perfectly with water. I think the stamps were first covered with soluble gum and then that self-adhesive layer was applied. A blessing for the collector: at least you can still deviate from the used ones. The self-adhesive gum layer itself was only functional temporarily. Many used Christmas stamps simply peel off after a few years from the fragment on which they were stuck. Unfortunately, the 'MNH' also ...
These stamps have the ' adhesive ' property for gum.
3.. All others are initially ' Gummed '. As soon as there is a (lick) layer on the back (with MNH). That gum can then be further broken down into its many types.
In group 3 there are those that are recognizable by the color. A number of tax stamps from Belgium, for example, have a greenish gum (Davo sheets are also available for this).
The other species, that's specialist work. You can sometimes find this in the (technical) description of the stamps in a (specialised) catalog or in a folder or promotional booklet of the postal services. Or on the back of certain FDS sheets that are also issued by postal services.
Reportedly you can also taste certain types by licking them ... but of course you never do that with MNH stamps that you keep in a collection :)
Some species are visible to a trained eye.
Conclusion:
1. there are 3 main types that an ordinary collector can best detect. Too bad that simple format is usually forgotten when adding an item (stamp);
2. more specialist: if you don't know, limit yourself to the main type (gummed - not gummed - self-adhesive). A specialist can always further specify this later;
3. Leaving the property at '<Select a value>' (ie don't make any effort) is a pity.
Real specialists are always allowed to correct and/or supplement.
Message has been translated from Dutch
Show original messageHallo Raoul,deze info heeft me veel geholpen.Mijn dank hiervoor.
Message is in Dutch
Translate to EnglishHello Raoul, this info helped me a lot. Thanks for this.
Message has been translated from Dutch
Show original message3of 3
